←
BOEK 1 · HOOFDSTUK 5Schepping en roeping

0% gelezen

DEEL II · BIJBELSE WORTELS

05

Schepping,
gemeenschap en roeping

Voordat er kerkgebouwen of ambten waren, was er Gods goede wereld en de mens die Zijn beeld draagt.

20 minuten lezenConceptversie

De vraag naar de gemeente begint dieper dan de vraag hoe christenen samenkomen. Zij begint bij Gods bedoeling met mensen in Zijn wereld: ontvangen leven, geschonken waardigheid, gemeenschap, begrensde macht en rust in Gods aanwezigheid.

Heersen door te dienen en bewaren

De aarde blijft van God. Menselijke macht is ontvangen, zorgend en begrensd. Zij hoort leven te dienen en te beschermen. In Jezus krijgt ware heerschappij haar beslissende vorm: niet zelfverheffing, maar gehoorzame dienst.

Niet geschapen voor isolement

In Genesis klinkt voor het eerst “niet goed” wanneer de mens alleen is. Gemeenschap is geen handig middel om religieuze activiteiten te organiseren. Zij hoort bij het goede leven voor Gods aangezicht.

Wat zonde met gemeenschap doet

1WantrouwenGods goedheid en woord worden verdacht gemaakt.
2SchaamteMensen verbergen zich voor God en elkaar.
3BeschuldigingVerantwoordelijkheid wordt op een ander afgeschoven.
4Geweld en machtDe ander wordt bedreiging of middel.

De vraag naar onze broer

Kaïns vraag—“Ben ik de hoeder van mijn broer?”—wordt door het verhaal zelf beantwoord. Aanbidding kan nooit worden losgemaakt van de veiligheid en waardigheid van de ander. Een indrukwekkende samenkomst heiligt het negeren van onrecht niet.

Voorproef, niet eindstation

De gemeente leeft in Gods wereld en ontvangt ieder mens als drager van waardigheid. Zij hoeft zichzelf niet te behandelen alsof zij Gods toekomst al volledig bezit. Zij leeft als getuige en voorproef, gericht op de nieuwe schepping die God voltooit.