DEEL II · BIJBELSE WORTELS
05Schepping,
gemeenschap en roeping
Voordat er kerkgebouwen of ambten waren, was er Gods goede wereld en de mens die Zijn beeld draagt.
De vraag naar de gemeente begint dieper dan de vraag hoe christenen samenkomen. Zij begint bij Gods bedoeling met mensen in Zijn wereld: ontvangen leven, geschonken waardigheid, gemeenschap, begrensde macht en rust in Gods aanwezigheid.
Heersen door te dienen en bewaren
De aarde blijft van God. Menselijke macht is ontvangen, zorgend en begrensd. Zij hoort leven te dienen en te beschermen. In Jezus krijgt ware heerschappij haar beslissende vorm: niet zelfverheffing, maar gehoorzame dienst.
Niet geschapen voor isolement
In Genesis klinkt voor het eerst “niet goed” wanneer de mens alleen is. Gemeenschap is geen handig middel om religieuze activiteiten te organiseren. Zij hoort bij het goede leven voor Gods aangezicht.
Wat zonde met gemeenschap doet
De vraag naar onze broer
Kaïns vraag—“Ben ik de hoeder van mijn broer?”—wordt door het verhaal zelf beantwoord. Aanbidding kan nooit worden losgemaakt van de veiligheid en waardigheid van de ander. Een indrukwekkende samenkomst heiligt het negeren van onrecht niet.
Voorproef, niet eindstation
De gemeente leeft in Gods wereld en ontvangt ieder mens als drager van waardigheid. Zij hoeft zichzelf niet te behandelen alsof zij Gods toekomst al volledig bezit. Zij leeft als getuige en voorproef, gericht op de nieuwe schepping die God voltooit.