DEEL III · JEZUS BRENGT GODS VOLK BIJEEN
10Het Koninkrijk
van God
Jezus verkondigt niet eerst een nieuw kerkmodel. Hij kondigt aan dat God Koning is en roept mensen om Hem te vertrouwen en te volgen.
Wanneer Jezus Zijn openbare optreden begint, staat het Koninkrijk van God centraal. Hij verkondigt goed nieuws, roept op tot bekering en geloof, geneest zieken, bevrijdt mensen en verzamelt leerlingen.
Het woord koninkrijk kan aan een gebied doen denken. In de Bijbel ligt de nadruk vaak op Gods koningschap: Zijn actieve regering, recht en redding. Jezus kondigt aan dat deze heerschappij nabij is gekomen.
Goed nieuws voor armen en uitgeslotenen
Jezus richt Zich opvallend tot mensen die weinig status of bescherming hebben. Armen, zieken, zondaars en mensen aan de rand ontvangen niet slechts vriendelijke aandacht. In hun midden wordt zichtbaar wat Gods regering doet: herstellen, bevrijden en opnieuw bijeenbrengen.
Daarmee romantiseert Jezus armoede of lijden niet. Hij noemt gebrek niet goed. Het goede nieuws is dat Gods toekomst niet wordt bepaald door de plaats die mensen in bestaande machtsverhoudingen hebben gekregen.
Reeds aanwezig en nog niet voltooid
Mensen worden nu bevrijd, ontvangen vergeving en vinden aan Jezus’ tafel een nieuwe gemeenschap. Tegelijk leert Jezus Zijn leerlingen bidden: „Uw Koninkrijk kome.” De dood, het onrecht en de gebrokenheid zijn nog niet verdwenen.
Die spanning beschermt de gemeente tegen twee vergissingen. Zonder het „reeds” wordt geloof alleen wachten op later. Zonder het „nog niet” ontstaat de druk om te doen alsof overwinning en volkomen herstel nu al beschikbaar moeten zijn.